GESCHIEDENIS VAN THE HOUSE OF FATHER TUCK
oftewel het 'HFT' of Tuckhuis.
Het Tuckhuis bestaat "sedert 1970". De basis gaat echter terug tot het jaar 1968. Dit was het laatste jaar van de echte, ouderwetse, ontgroening. Het was de aanloop tot de fusie in 1970 tussen de mannen van Vindicat Atque Polit en de vrouwen van Magna Pete. 1968 was een mooi jaar, met vele mooie kerels. Een stel van die mannen zat in de jaarclub Tuck, vernoemd naar de niet al te vrome monnik uit Robin Hood.
De mannen van de jaarclub Tuck zaten her en der wat over de stad verspreid. Het was Bert van der Wal die op 7 juni 1970 bij een verjaardagsborrel een mevrouw De Waard ontmoette, die een zoon Dirk had die wel bereid was een studentenhuis te financieren. Bert rook zijn kans. Er was hem veel aan gelegen om zo snel mogelijk uit zijn Coendersborg-studentenflatje in Helpman te geraken.

Nadat De Waard te kennen had gegeven "zoek maar wat en ik zal het bekijken" werd Jan Kamminga van het makelaarskantoor Kamminga ingeschakeld. Met hem werd Groningen op zoek naar geschikte huisvesting doorkruist. Regelmatig moest bij De Waard op het Lopende Diep worden gerapporteerd; bizarre bijeenkomsten want Dirk de Waard had niet de gewoonte iemand ooit aan te kijken.

Na een paar weken zoeken kwam de Jozef Israëlsstraat 31/31A in zicht. Het bovenhuis was al leeg en beneden woonde nog een domineesgezin dat er eind September 1970 uit zou gaan. Na een verbouwing zou het pand wel geschikt zijn voor acht grote kamers. De vraagprijs was fl. 40.000,-. Kort nadien werd de koop afgemaakt op fl. 35.000,-.

Een paar Jaarclubleden zaten in de Veemarktstraat die zou worden afgebroken ten behoeve van het Cultureel Centrum De Oosterpoort. Dit betekende dat Hendrik-Jan Regeur, Paul de Heer en Karel Beukema Toe Water sowieso voor de nieuwe huisvesting in aanmerking kwamen. Hein van der Horst, Pierre Jules Willemse, Harm Bodewes en Han van de Bos werden de andere kandidaten. Deze groep maakte de plannen voor de eerste verbouwing. Deze werd voor een deel gefinancierd door De Waard die fl. 5.000,- had gegeven voor de aanleg van gaskachels en allerlei loodgieterswerk. De rest van de verbouwing werd voornamelijk gerealiseerd met, net voor het lustrum van het Vindicat, gebruikt materiaal in het bijzonder pallets en theekisten van Niemeijer. Begin September 1970 nam Bert van de Wal als eerste zijn intrek in het bovenhuis; de zeven andere jaarclubleden volgden snel. De naam "House of Father Tuck" (HFT) was geboren. De bemoeiingen van Bert, die nogal groot en sterk was en ook wel bruut kon opereren en daarom door zijn vrienden steevast 'Brutus' werd genoemd - leverden hem later het predikaat 'nestor' op. Als zodanig stond hij jarenlang ook op de adressenlijst van de (oud) HFT-ers vermeld.
De huurprijs per kamer bedroeg fl. 75,- per maand, dat wil zeggen fl. 600,- voor de acht kamers. Deze huurprijs is zo laag gebleven tot het vertrek van Brutus in augustus 1974. Brutus slaagde er in regelmatige onderhandelingen met De Waard en met veelal onzinnige argumenten namelijk in huurverhogingen te voorkomen. Bij die onderhandelingen werd hij overigens veelal bijgestaan door Menso Carpentier Alting die in huis de na één jaar vrijkomende plek van Harm Bodewes had ingenomen.

Het Tuckhuis heeft zijn ontstaan dus te danken aan deze mannen uit 1968. Nadien volgde vanaf 1973 toen de mannen van het eerste uur, sommigen zeer langzaam maar toch ook wel zeker, het huis verlieten, een nieuwe generatie HFT-ers. De eerste daarvan was Bert van der Wijk uit 1970. Vanaf toen werd de structuur verticaal. Zo volgden Michael Boogaerdt uit 1972, Willem de Vries uit 1970, Arnaud Diemont, Erik Vroom en Dolf Verburg uit 1973 en Bauke van Aardenne uit 1974. Gelukkig zouden nadien, mede omdat het huis uiteindelijk zelf geconfisceerd kon worden, waarover hieronder meer, nog vele nieuwe generaties volgen.

Het was in het midden van jaren '70 dat het huis furore maakte met een Lustrumlied, voor het eerst gepresenteerd op Mutua Fides aan het slot van de smartlappenavond in November 1974. Het werd zo'n succes dat het leidde tot een grammofoonplaatje, een single, destijds ook nog even door Willem Duys gedraaid in zijn zondagse Muziek Mozaiek. Ook in die tijd ontstond door de creativiteit van Michael Boogaerdt het huislogo van de HFT: de letters HFT in huisvorm. Sindsdien prijkt dit logo op (bijna) alle uitgaande post, de eerste destijds was bestemd voor de eerste OHD (Oud Huisgenoten dag), een sindsdien jaarlijks terugkerend fenomeen, inmiddels uitgestrekt tot de laatste vrijdag en zaterdag (met effecten voor de zondag) in September.
Omstreeks 1976 kwam het tot de oprichting van een tuinhuis. Uit die tijd dateert het huislied "There is a House of Father Tuck". In de loop van de jaren '80 kwam het na nog een aantal verbouwingen in het benedenhuis tot de plaatsing van een sauna. Ook werd op enig moment een dusdanige indeling bewerkstelligd dat er negen bewoners konden wonen in plaats van acht.

Ergens in de jaren tachtig kreeg de HFT een nieuwe eigenaar in de persoon van Bert Dijkinga. Met Bert Dijkinga heeft het huis altijd een dusdanig goede band onderhouden dat met hem de afspraak kon worden gemaakt dat als hij het huis zou willen verkopen, de (oud)bewoners de eerste gegadigden zouden zijn. Aldus geschiedde. Het leidde in 1993 tot een hete zomer die een mijlpaal in de geschiedenis van Tuck zou betekenen. Medio 1993 liet Dijkinga weten te willen verkopen. Zoals afgesproken - zeker in Groningen geldt "een man een man, een woord een woord" - klopte hij eerst bij ons aan. Het leidde al snel tot overeenstemming over de prijs: fl. 89.000,-. Ontbindende voorwaarden waren een eigen ton voor 1 September 1993 en uiteraard een adequate financiering voor de verbouwing die een ton te boven zou gaan.

De stuurgroep Tuck 2000 (met Arnaud Diemont, Boy Salverda, Maarten Wetselaar en Willem de Vries) kon al langer voorgekookte plannen gaan uitvoeren. De financiering voor de verbouwing kwam al heel snel rond via oud-Groninger Koos Bruijn van Frisia Verzekeringen B.V. in Den Haag. Willem de Vries had, in nauwe samenwerking met een notaris en een fiscalist van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn juridisch alles dichtgetimmerd. Dit resulteerde concreet in de oprichting op 21 juli 1993 van twee verenigingen, te weten de "Eigenaarsvereniging HFT" en de "Bewonersvereniging HFT". De eerste ging aan de tweede verhuren. Er waren toen circa 35 oud huisgenoten. Die moesten allemaal voor 1 September 1993 fl. 2.500,- per man ophoesten. Eind juli 1993 ging een "pepbrief" uit. Een maand later was al duidelijk dat de koers gelopen was, doordat menig oud-huisgenoot Indonesië, Japan, Singapore en andere werelddelen bereid en in staat was gebleken die fl. 2.500,- per man over te maken. Het beroep op de ontbindende voorwaarde was dus niet nodig. Ook de gemeente Groningen ging akkoord, hetgeen leidde tot het samenvoegen van de oude nummers 31/31A tot één pand en één nummer (31). Er volgde een vergunning onttrekking woonruimte en een exploitatievergunning waaruit bleek dat de Eigenaarsvereniging een 'verblijfsinrichting' in gebruik ging nemen voor 9 kamers/slaapplaatsen. Op 2 oktober 1993 vond in de veilingzaal van het Groentenveilinggebouw aan de Peizerweg in Groningen op symbolische wijze de overdracht plaats, met Bert Dijkinga als veilingmeesster. Het werd een mooi festijn met een opgetrommeld muziekkorps, verschillende vertegenwoordigers van de gemeente alsook de senaat van Vindicat.

Twee jaar later, in 1995, bestond het Tuckhuis 25 jaar. Dit leidde tot een fenomenaal lustrum. Een aanloop in mei met een boottocht, waarop allerlei HFT-artikelen (dassen, strikjes, shirts, handdoeken, harde kaft etc.) door Erik Vroom als gedreven veiling-meester, voor zeer hoge prijzen werden geveild. Eenieder had ook de gelegenheid via naambordjes gedurende een periode van 5 jaar zijn naam aan zijn (oude) kamer dan wel enig andere ruimte te verbinden. (Een gouden formule die in 2000 met veel succes en ditmaal met Roland Berendsen als opzwepende veilingmeester werd geprolongeerd.)

Het vormde de aanloop tot een ongekend lustrum in 1995, in het bijzonder door de uitgifte van een fraai boekwerk over de HFT, "Kroniek van een studentenhuis", waarvan het eerste exemplaar op 30 September 1995 op de HFT werd uitgereikt.
De HFT kent inmiddels vanaf omstreeks 1977 jaarlijks een OHD die zich vanaf 1988 ook is gaan uitstrekken over de vrijdag. Vanaf toen wordt er vrijdag (in beginsel) op de Noord-Nederlandsche Golf en Countryclub gegolfd om den begerenswaardige prijs: de 'Brutus-Bokaal'. Hier wordt meestal ook geborreld en gegeten, met nazorg op de kroeg. Op de zaterdag wordt het vervolgd met een ontvangst op de Jozef Israëlsstraat 31 opdat oud-bewoners tevens eigenaren kunnen zien hoe (het) hun eigendom vergaat. Daarna volgt de jaarlijkse Algemene Ledenvergade¬ring met aansluitend andere variabele evenemen¬ten, doorgaans uitmondend in een hap op MF. In 2000 viert de HFT haar zesde lustrum. Inmiddels zijn er per September 2000 46 oud huisgenoten. Velen treffen elkaar geregeld in verschillende verbanden. In het specifieke Tuckverband is er, nààst het jaarlijkse weekend in Groningen en voortbordurend op de in Groningen in het leven geroepen maandelijkse chinees, een zgn. Nieuwjaars-chinees respectievelijke Zomer-chinees ergens in het land. Aldus is het voor de HFT-ers mogelijk het gat van September tot September wat te verkleinen.

Tot zover in het kort de geschiedenis van de HFT die de basis moge vormen voor een gouden toekomst van Tuck ook in de 21 eeuw.